antropologie

Waarom elke journalist eigenlijk antropologie moet studeren

Eens in de zoveel tijd krijg ik de vraag waarom ik als cultureel antropoloog tekstschrijver ben. Vaak antwoord ik dan een beetje gekscherend (maar ook naar waarheid): ‘Vind als antropoloog maar eens een baan.’ 

Gelukkig ben ik heel blij met mijn werk, en bovendien heeft de studie antropologie mij belangrijke levenslessen opgeleverd. Want: waar ik tijdens mijn opleiding tot journalist werd aangemoedigd om vooral snel mijn mening te vormen en lastige kwesties in de wereld in simpele hapklare brokken te vertalen, moest ik als antropoloog juist leren om even niks te vinden, die mening even op te schorten. En om te ontdekken hoe gelaagd en complex de wereld is.

Hoe ik dat leerde? Onder andere door de opdracht om ergens naar toe te gaan – dat kon een cafe zijn, of een ziekenhuis, en daar gewoon te gaan zitten en kijken. Observeren. Luisteren. Zodra je echt observeert, merk je al snel dat er verhaaltjes in je hoofd komen. Denk maar eens aan wat er gebeurt als je op een terrasje zit en naar mensen kijkt. Je gaat dat wat je ziet in kadertjes en context zetten. Maar die kadertjes en context zeggen niet zoveel over wat er gebeurt, maar des te meer over wat er in jouw hoofd omgaat. Welke ideeen je hebt. Welke vooroordelen er in je huizen. Of welke voorkeuren. Het is een verrassende oefening en zeker aan te raden. Want zie die twee maar eens uit elkaar te houden: wat gebeurt er objectief? En wat zie jij – door jouw bril – gebeuren?

Koffie en kleffe cake

Zo zat ik voor zo’n opdracht eens twee dagen in een verzorgingshuis. Ik keek naar hoe mensen koffie dronken. Naar hoe ze de kleffe plakjes cake aten. Hoe familieleden op bezoek kwamen en even aanschoven. Ik rook de geur – een beetje zo’n ziekenhuislucht. Ik zag gesprekken – soms geanimeerd, soms pijnlijk en ongemakkelijk. En voor ik het wist, ontspon zich een heel verhaal in mijn hoofd. Maar zodra dat gebeurde, moest ik weer terug naar de pure observatie. De feiten. Geen interpretatie.

Later in mijn studie ontdekte ik natuurlijk dat objectiviteit helemaal niet bestaat. Dus al die journalistieke pretenties van objectieve berichtgeving (maar vergeet ook zeker niet die van de wetenschappers) konden zo de prullenbak in. Er werd flink aan mijn opvattingen geschud, want ik wilde (en wil) graag onbevangen zijn in de ontmoeting met mensen, in mijn vak. Maar hoe onbevangen ben je als er in al je vezels van je lijf vooroordelen huizen?

Praters en meningen

Ik ben ervan overtuigd dat ik door de studie culturele antropologie een betere journalist ben geworden. Ben ik niet meer bevooroordeeld? Haha, was het maar waar! Maar ik doorzie nu wel sneller mijn neiging tot ‘invullen’. Ik ben beter gaan kijken, beter gaan luisteren ook. Een interview is veel meer een ontmoeting geworden: ik kom niet alleen wat halen, maar ik stel mezelf echt open voor de ander. Ik schenk aandacht. Wie is hij/zij? Wat is zijn of haar verhaal? Waar zit de pijn? Waar de vreugde?

Ik weet niet hoe het curriculum voor journalisten er vandaag de dag uitziet. Maar misschien is het geen gek idee om studenten journalistiek wat lessen antropologie te geven. Lessen in observatie, lessen in luisteren ook. Vooral dat laatste. Want de wereld barst van de praters en de meningen. Dat is een gemiste kans, zoals ik onlangs op een treffende Facebookpost las: ‘Wanneer je praat, herhaal je alleen wat je al weet. Maar als je luistert, zou je iets nieuws kunnen leren.’


foto: Ingephotography

Laat een reactie achter





Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.