lange-lome-zomerdagen

Wanneer je de zwaarbevochten lessen van je burn-out dreigt te vergeten…

Wie heeft ‘m ook? Zo’n zomer-to-do-lijstje waarop alle klussen staan die ongeduldig wachten om opgepakt te worden? Die van mij is o.a. gevuld met de regenton eindelijk aansluiten, de keukenkastjes verven, de ramen lappen (en oja, het liefst ook mezelf weer even opnieuw uitvinden)… Het is een raar fenomeen. Juist als de slome zomerdagen eraan komen, krijg ik het gevoel dat ik van alles moet.

En dat, terwijl mijn lijf toe is aan vertraging. Het zorgt voor een conflict. Wat mijn hoofd wil, kan mijn lijf nu even niet. Waarom vind ik het eigenlijk zo moeilijk om toe te geven aan lange-lome-dagen? Waarom voelt het toch vaak alsof ik ‘rust en ontspanning’ moet verdienen door eerst heel hard te werken?

Lessen van mijn burn-out

Zomaar gaan zitten met een boek, of midden op de dag een rondje wandelen… Zorgen voor mezelf, luisteren naar mijn lichaam; ik dacht dat ik het geleerd had na mijn burn-out. Maar zoals het vaker gaat met lessen die al even achter je liggen, hoe zwaar bevochten ook; je neemt ze op een gegeven moment voor lief. En gaat ze vergeten. Voor je het weet, ben je weer vooral meters aan het maken en eindeloze to-do-lijstjes aan het afvinken.

En dan word je chagrijnig over je moeheid, of zelfs verontwaardigd. Alsof je lichaam zich moet verantwoorden dat het even niet kan. Wat is dat toch dat we zo vaak beter luisteren naar ons hoofd dan naar ons lichaam? Dat we ons eerder laten leiden door lijstjes-die-moeten, dan dat we afstemmen op de signalen van ons lichaam?

Lichaam als machine?

Nu ik zelf opnieuw tegen grenzen aanloop, ontdek ik hoe hardnekkig het in mijn systeem zit om het lichaam te zien als iets dat dienstbaar is aan mijn hoofd. Het moet de plannen uitvoeren die ik heb bedacht. Dat is bijna alsof je je lichaam als machine beschouwt, zoals Suzanna Blackmore zo treffend verwoordde in haar rake pleidooi om het woord ‘stressbestendig’ af te schaffen.

Ik moet het weer tegen mezelf zeggen: mijn lichaam is geen machine. Mijn lichaam is niet ondergeschikt aan mijn ratio. Nee. Mijn lichaam is niet alleen een geschenk dat ik maar beter kan koesteren, maar ook een raadgever. Eentje die niet liegt. Want waar je ratio je om de tuin kan leiden, kletst je lichaam er niet omheen. Het zegt recht-toe-recht-aan waar het op staat.

Alsof je lichaam zich moet verantwoorden dat het even niet kan

Voor nu betekent dit dat ik ga proberen om weer meer toe te geven aan de lange-lome-zomerdagen die ik blijkbaar nodig heb. Dagen waarin ik vanuit productiviteitsoogpunt misschien minder voor elkaar krijg, maar die gewoon broodnodig zijn. Als hersteltijd, of rusttijd. Zoals elk seizoen tijden kent van bloei, afsterven, braak liggen en opnieuw ontluiken.

 

Kun jij luisteren naar de signalen van je lichaam? En wat vertellen ze jou?

Laat een reactie achter





Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.