oorlog

Laten we van oorlog geen heldhaftig verhaal maken…

Een terugblik naar afgelopen zomer, toen ik met mijn gezin o.a. de D-day stranden bezocht in Normandië. Op de boulevard van een pittoresk plaatsje dat zich schaamteloos overgegeven had aan het (vergeef me het woord) ‘oorlogsherinneringstoerisme’ dacht ik na over hoe we omgaan met een oorlogsgeschiedenis. 

Na gezinsberaad besloten we deze zomer af te reizen naar Normandië en Bretagne. Niet te ver weg, en toch weer even helemaal in een andere omgeving. Heerlijk. Normandië had daarbij ook nog een beetje een educatief element, wat we als verantwoordelijke ouders graag in onze vakanties stoppen (haha).

De Tweede Wereldoorlog spreekt namelijk best tot de verbeelding van onze twee kinderen. Zo hadden we een paar jaar eerder al een rondreis gemaakt door Duitsland en Polen, waarbij we ook Auschwitz hadden bezocht. Nee, niet bepaald luchtige thematiek, maar als je het goed voorbereid en er ook na afloop goed met je kinderen over praat, kan zo’n heftig bezoek de reis juist extra waarde geven.

Langs oorlogs-highlights

Dus eenmaal in Normandië besloten we ook wat highlights te bezoeken die langs de kust hadden plaatsgevonden. Highlights… tja, rare benaming. Eerder lowlights. Maar je gaat als vanzelf mee in die trant van praten. Het is namelijk een ware toeristenindustrie geworden: de D-day stranden, de Amerikaanse begraafplaats, de overgebleven bunkers met nog echte tanks erin.

De overenthousiaste B&B eigenaar had ons een dagroute gegeven waarop we alle ‘hoogtepunten’ zouden kunnen bezoeken. Een volle dag werd het inderdaad, en aan het eind van de dag ploften onze kinderen vermoeid op bed, terwijl ik met mijn man nog even naar het strand liep. Eenmaal op het muurtje van de boulevard, turend over de zee, peinsde ik wat na.

Kanonnenvoer

‘Is het niet cynisch?’ zei ik tegen mijn man. ‘Als soldaat ben je niks waard. Kanonnenvoer. Want dat is wat die jongens waren, toen ze vanuit de boten het strand op moesten zien te komen. Maar ben je eenmaal dood, dan word je met alle egards behandeld. En kom je te liggen op een begraafplaats waar tientallen tuinmannen in dienst zijn die met een handschaar het gras wegknippen rondom de witte kruizen en davidsterren.’ (Ja, echt. We hadden het die dag zelf gezien). ‘Hmmmm’, mompelde mijn man instemmend.

‘Het is net alsof ze er achteraf een mooi verhaal van willen maken. Een heldenverhaal. Maar is dat het wel?’ Ik kijk om me heen. In het plaatsje waar we twee nachten verblijven, stikt het van de Amerikaanse en Britse vlaggen, van grote en kleine oorlogsmusea en waar je je zelfs rond kunt laten rijden in een jeep uit de Tweede Wereldoorlog.

Oorlogspropaganda

Natuurlijk. De Amerikaanse begraafplaats maakte ook indruk op mij. Bij het zien van de immense hoeveelheid witte kruizen en Davidssterren kun je niet anders dan stil worden. En langzaam lopend langs al die graven, de geboorte-en sterftedatum lezend… besef je: Zo jong. Wat er gebeurd zou zijn als deze invasie niet had plaatsgevonden? Ik kan het niet vertellen.

En toch – ik besef dat ik hier zeker bij een bepaalde generatie een gevoelig punt aanstip – is het niet vooral oorlogspropaganda wat ik hier om me heen zie? Waar is het museum dat de waanzin van oorlog laat zien? Ik ben ‘m niet tegengekomen. Wel talloze musea waar het heldenverhaal wordt verteld en overal die wapperende vlaggetjes met oude foto’s van ‘war heroes’. Helden. Het zijn allemaal helden. Dat is wat we graag willen geloven. Dat het allemaal niet voor niks was. Dat dit de enige manier was. Dat al die doden, al die veel te vroeg en ruw afgebroken levens…. dat het gewoon niet anders had gekund. Maar… is dat wel zo?

Ik begeef me op glad ijs. Ik weet het. Ik heb nooit een oorlog meegemaakt. En ik hoop het ook nooit van dichtbij mee te maken. In de oorlog gelden andere wetten, wordt wel gezegd. Daar weet ik inderdaad niks van. Maar is het niet een heel eenzijdig verhaal dat hier wordt verteld?

Oorlog is gruwelijk

Mijn ongemak met al die heldhaftige oorlogsretoriek wordt bevestigd als ik eenmaal thuis een indringende uitzending kijk van Zomergasten, met als gast Alfred Birney. Eén van de fragmenten die hij laat zien, gaat over Amerikaanse soldaten die een post-traumatische stress stoornis hadden opgelopen door hun ervaringen in Vietnam (uit de Nederlandse documentaire First Kill). Het is maar een kort fragment, maar het grijpt me bij de keel. Eén van de mannen vertelt in de documentaire hoe hij van elke man die hij doodde een oor afsneed. Al die oren droeg hij bij zich als trofee. Gruwelijk.

Zo gruwelijk is oorlog. Doden, of gedood worden. En overleef je het, dan ben je voor het leven getekend. Dat is geen mooi verhaal. Nooit.

Aanleren, of afleren?

Na dit heftige fragment moest ik ineens denken aan dat prachtige visioen dat wordt geschetst in Jesaja 2. Waar staat dat ‘zij hun zwaarden zullen omsmeden tot ploegscharen, en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.’

Is oorlog voeren iets dat je kunt leren? Oef… over educatie gesproken. Ik had inmiddels al een beetje spijt gekregen van deze ‘educatieve’ trip met mijn kinderen. Maar als je iets kunt leren, kun je het dan ook afleren? En wat zou hierbij kunnen helpen? En op die boulevard zat ik natuurlijk niet megalomaan te broeden op de oplossing van alle oorlogen. Hou op zeg. Maar wel bedacht ik dat een eerste kleine stap kon zijn om dit alles te bevragen. Hoe normaal of abnormaal is dit?

Je snapt het: het was daarna tijd voor een goed gesprek met mijn kinderen… (zo had deze educatieve trip ons toch nog wat moois opgeleverd ;).

Laat een reactie achter





Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.