racism

Eindelijk – na weken van alleen telefoontjes en twee korte ‘raambezoekjes’ – ga ik weer naar G., een Koerdische vluchtelinge die met haar gezin een nieuw leven probeert op te bouwen in een vreemd land. Ik probeer haar te helpen met de taal door eens per week zo’n 1,5 uur met haar te babbelen, koffie te drinken en wat lastige huiswerkopgaven door te lopen.

Misschien komt het doordat we door corona zo’n poos niet met elkaar om de tafel zaten, maar het lijkt wel of ze opener is geworden. Of durf ik wat meer vragen te stellen? Want de antropoloog in mij maakt me soms wat terughoudend, omdat ik me ervan bewust ben dat de Nederlandse directheid nogal intimiderend kan overkomen. Dus waar ik eigenlijk brand van nieuwsgierigheid, bijt ik regelmatig op mijn tong en stel niet teveel vragen in een keer.

Lesje geschiedenis

G. vertelde me al eens eerder dat ze Koerdisch is. Als ik haar, een beetje schuldbewust, zeg dat ik niet zoveel weet over Koerden, geeft ze me geduldig een kort lesje geschiedenis aan de hand van wat YouTube filmpjes. Zo ontdek ik dat Koerden achtergesteld worden, geen eigen land hebben en te maken hebben (gehad) met heftige vervolging.

Maar dan wordt het persoonlijker. G. neemt me mee naar wat nog steeds de realiteit is voor veel Koerden: een tweederangsburger zijn. Waar G. prachtige cijfers haalde die haar toegang zouden moeten geven tot de universiteit, mocht ze niet gaan studeren. Terwijl een Arabische studiegenoot met precies dezelfde scores dat wel mocht…

Slim is gevaarlijk

En zo komt het gesprek ineens op een heel actueel onderwerp: ongelijke kansen en discriminatie. Die discriminatie is voor Koerden in Syrie, Turkije en Irak niet alleen subtiel aanwezig. Zo vertelt ze over een intelligente Koerdische die werd opgepakt en vermoord. Als ik haar verbijsterd aankijk, zegt ze kort: ‘Je moet niet te slim zijn als Koerd. Dat willen ze niet. Slim zijn is gevaarlijk.’

Nederland is goed

Maar zoals altijd duurt haar somberheid niet lang. Als haar Nederlands tekortschiet, pakt ze haar telefoon met Google Translate. Ze laat me het schermpje zien, er staat: Vrijheid van meningsuiting. Dat vindt ze zo mooi van Nederland. ‘Je mag alles zeggen, zelfs: “Ik vind Alexander niks!” Ze lacht. En dan ineens met een serieuzere blik: ‘Ik wil werken voor Nederland. Ik wil helpen. Nederland is goed.’

Op de eerste rang

Als ik afscheid neem, bedank ik G. voor haar verhaal. Ik zeg haar dat ik zoveel van haar leer. Want haar verhaal opent opnieuw mijn ogen voor racisme en discriminatie wat helaas op zoveel plekken springlevend is. En ik realiseer me dat discriminatie iets is waar ik echt, maar dan ook echt, nog nooit zelf mee te maken heb gehad. Mijn leven lang zit ik al op de eerste rang.

Maar G. kijkt mij aan en zegt zacht: ‘Dankjewel dat je naar mij wilde luisteren.’

Ver-van-mijn-bed-show

Er zijn mensen die demonstraties tegen racisme overdreven vinden. En je hebt mensen die zich juist nu strijdbaar achter allerlei leuzes scharen. De meningen buitelen (zoals altijd) over elkaar heen. Ik zie het onrecht en dat maakt me boos. Tegelijkertijd roep ik niet zoveel, omdat het voor mij een ‘ver-van-mijn-bed-show’ is. Meningen, meningen, meningen… Wat weet ik nu?

Tegen beter weten in

Ik kijk naar deze vrouw, en hoop dat haar vertrouwen in Nederland niet beschaamd wordt. Dat ze mag ervaren dat de vrijheid die ze zo waardeert in Nederland echt functioneert, en niet alleen voor de happy few. Want niemand zou zich (vanwege kleur, achtergrond, seksuele oriëntatie, geloof – noem maar op) een tweederangs burger moeten voelen…

Het is een wens tegen beter weten in. Aan zoete woorden en gedachten (hoe oprecht gemeend ook) heeft niemand iets.

De tekst op het bord die je op de foto ziet, zegt het treffend: ‘Ik begrijp dat ik het nooit zal begrijpen, maar ik sta naast je’. Dus neem ik me voor om nog beter te gaan luisteren.

Photo by Clay Banks on Unsplash

Laat een reactie achter





Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.